
De monastieke traditie zou je kunnen typeren als een soort “counter cultural movement”. Een micro-maatschappij binnen de macro-maatschappij. Deze alternatieve samenlevingen ontstonden omdat er behoefte was aan een meer “radicale” leefstijl. In de 3e en 4e eeuw trokken individuen zich terug in de woestijnen van Egypte en Syrie voor een contemplatief en heremitisch bestaan om zich te onderscheiden van de breed geaccepteerde christendom stroom. Deze individuen kregen als spoedig volgelingen zodat er een “cenobisch” klooster ontstond, met meerdere leden en dus met regels. Ook de regels van Augustinus en Benedictus (5e en 6e eeuw) waren bedoeld voor de regulering van een kleine groep monniken en bevorderden het gemeenschapsleven, het gebed en de gehoorzaamheid aan een abt. Juist de Regel gaf een klooster aanzien en interne vrijheid: ze was immers een radicaal alternatief voor de eisen die de grote samenleving aan je stelt.
Via mijn theologische overdenkingen kom ik tot “nieuwe” inzichten voor de monastieke traditie:
- De joodse wortels zijn (op het boek na) verloren gegaan maar zijn de afgelopen 100 jaar herontdekt. Zie mijn serie over bijvoorbeeld “The Third Quest for the Historical Jesus” en vele andere blogs.
- De mainstream in zowel “christendom” als “monastieke traditie” zijn meer grieks-christelijk dan joods-christelijk geworden en kennen te veel dualisme. Dit dualistische denken gaat/moet verdwijnen.
- De joodse traditie was een “counter-cultural movement”. Ik heb het idee dat Jezus en de vroege kerk dit nog steeds zijn. De monastieke traditie kan dit weerspiegelen, beter dan “christendom”.
- Maar hoe ziet een holistische counter-cultural movement er uit? Welke waarden spelen mee in het joods-christelijke denken? Wat bleef er van dit holistische denken over in de tijd na de vroege kerk?
Als ik de monastieke traditie overzie kom ik tot de conclusie dat ze een sterke GEMEENSCHAP was met veel aandacht voor SPIRITUALITEIT en onderlinge NAASTENLIEFDE. In mijn kleurenpaler: GEEL, BLAUW en ROOD. De idealen van het klooster zakten regelmatig naar de achtergrond en dus ontstonden er allerlei hervormingsbewegingen. De ene richtte zich sterk op BLAUW (Cisterciënzers), de volgende op ROOD (Franciscaner). Ook waren er blinde vlekken: veel kloosterorden werden een bron van onrecht, waren hoflevernacier van de inquisitie en promoten actief de kruistochten.
Sinds de middeleeuwen is er natuurlijk veel veranderd, met ingrijpende gevolgen voor de counter-cultural movement:
- de reformatie bracht veel goeds, maar was door haar “priesterschap aller gelovigen” ook meteen het einde van het monastieke leven in de protestante traditie. Met het om zeep helpen van de Roomse en monastieke tradities verdween de aandacht voor liturgie en ritme, contemplatie en afzondering.
- de verlichting had tot gevolg dat de mens zich nog sterk als individu ging manifesteren: eigen waarneming en later ervaring kwamen centraal te staan, niet de traditie of de gemeenschap.
- de verschillende revoluties en politieke omwentelingen maakten een einde aan vele monastieke tradities. De staat werd een (meer of minder seculiere) leverancier van zorg, onderwijs en wetten. Geen behoefte meer aan een tegencultuur.
- de industriele revolutie en de vrije economie maken de mens tot speelbal van belangen en driften. Ze is een schakeltje in een autonome machine: zonder ziel en zonder verhaal.
- de wereld staat aan de vooravond van zelfvernietiging. Een volledige “unsustainable suicidemachine”. Onrecht en milieu, economie en politiek, leefstijl en gedrag: alles hangt met duizenden draden aan elkaar. Het is onmogelijk het individu los te zien van haar globale connecties. We zijn een globaal organisme geworden dat doodziek is. Alleen een totale visie op de wereld, geloof, waarden en cultuur kan volstaan, deelgebieden niet meer.
(klein voorbeeld: vorig jaar was ik op “new wine” waar vele uren werden besteed aan gebed voor bijvoorbeeld rugklachten. op de camping deed men zich vervolgens te goed aan vele kilo’s vlees op de BBQ. Obesitas en broeikaseffect slopen het lichaam en de wereld, gebed moet de rugklachten doen verdwijnen.)
Vandaar de nadruk op nieuwe monastieke deelgebieden: DUURZAAMHEID en GERECHTIGHEID. Deze waarden waren een natuurlijk onderdeel van de premoderne wereld, maar zijn niet langer vanzelfsprekend. Het zijn geen linkse of liberale ontdekkingen, maar oude joodse waarden, verankert in de Schepper-God, de bevrijder van Israël. De kleuren GROEN en ORANJE.
Ook ritme, feesten, jaargetijden, liturgie en kerkelijk jaar mogen weer een plaats krijgen. Naast de optimistische visie van het blijde evangelicalisme ook weer ruimte voor twijfel en rouw. Hoop is een oude waarde van joods-christelijke traditie, diep verankert in de oude ritmes van de kerk en het klooster: de kleur PAARS.
En dus kwam ik tot het volgende palet (eerste editie…)

Wat je misschien opvalt is dat de kleur WIT centraal staat. Wit staat voor God, het begin en het einde, het woord dat tot je komt. Het evangelie en de genade die niet te vangen is in een menselijke regel, gelukkig maar! Links en rechts van wit staan de diverse kleuren en onder de zeven kleuren het woord “DeRegel”.
Enkele goede vrienden kwamen met alternatieven: Jan Wolsheimer en Mark van Vuuren stelden voor: maak er een cirkel van met wit in het midden. Een “ronde tafel” of een “strandbal” is minder hierarchies en lineair dan het figuur hierboven. Ook het woord “DeRegel” valt moeilijk bij mensen met minder voorkennis van de monastieke tradities. En dus is er een nieuw logo gekomen (natuurlijk voorlopig) en een nieuwe, meer esoterische naam: De Zevende Regel.

Ik wil je na laten denken over de volgende mogelijkheden:
- 6+1 kleuren geeft een sabbats-ritme aan: Zeven dagen, zeven kleuren, zeven aandachtsgebieden. Je begint en eindigt bij God. De kleuren komen voort uit en gaan terug tot God. Dit geeft mogelijkheden voor een ritme van dagelijks gebed in de morgen en avond, studie, actie, leefstijl. Ook is er de mogelijkheid dit in 7 weken of 7×7 weken (een jaar), 7×7x7 weken (sabbatsjaar) of 7×7x7×7 (jubeljaar) te verlengen.
- Kleuren worden veel gebruikt in onderwijs en training. Ook de kerk kent de kleuren van het kerkelijk jaar, hoewel die niet in dit model te gebruiken zijn. Elke harmonisatiepoging werd geforceerd… Toch “werken” de kleuren omdat je het kunt onthouden en juist aan kinderen en jongeren uit kunt leggen. Het is didactisch sterk. Kettingen, ringen en logo’s liggen voor de hand als hulpmiddel.
- De kleuren geven organisaties en individuen de mogelijkheid zich te specialiseren om meer diversiteit binnen een duidelijke eenheid aan te brengen. Een retraitehuis is BLAUW, Stichting Present en HIP zijn ROOD, Time to Turn is ORANJE/GROEN, de Eemlandhoeve en A Rocha zijn GROEN, kerken zijn GEEL, ROOD en misschien PAARS, etc etc. Toch kunnen ze niet langer zeggen: we zijn alleen maar ROOD. Je maakt deel uit van de veelkleurige wijsheid van God.
- De kleuren geven mogelijkheden om buiten het christelijke verhaal verbindingen en coalities aan te gaan met seculiere of andersdenkende instanties en gemeenschappen. Waarom zou een gemeenschap die “De Zevende Regel” hanteert niet samen kunnen werken met anderen die een bepaalde kleur hoog in het vaandel hebben staan. Maar juist de “zevende regel” of “de zeven regels” houden je scherp bij je eigen erfenis en verhaal!
Kortom: uitdagingen genoeg. Wordt vervolgd…