5) Paradigma van de (middeleeuwse) Rooms Katholieke kerk
Middeleeuwen
Wanneer de middeleeuwen beginnen is niet geheel duidelijk. Sommigen noemen het Edict van Milaan van 313 waarin Keizer Constantijn de Grote godsdienstvrijheid afkondigt en daarmee een einde maakt aan de christenvervolging in het Romeinse rijk. In 394 verbood keizer Theodosius alle heidense godsdiensten en maakt het Christelijk geloof tot staatsgodsdienst. Of is het de val van Rome door de Goten in 410 of de Vandalen in 455?
Wanneer de Middeleeuwen eindigen is eveneens onduidelijk. Sommigen noemen de Renaissance (de “wedergeboorte” van de klassieke oudheid in Florence en de val van Constantinopel aan de Turken in 1453), andere de Reformatie (1517), de Verlichting (Descartes’ Discourse on the Method, uitgegeven in 1637) of de Amerikaanse grondwet van 1787 met daarin de mensenrechten.
Aurelius Augustinus
David Bosch noemt Augustinus van Hippo (354-430) als de architect van de (vroege) Middeleeuwen. Zijn werk en geschriften (zoals “De Civitate Dei”, de “Confessiones” en de “Regel van Augustinus”) zijn voortgekomen uit zijn gepassioneerde inzet voor de kerk. Augustinus leefde in een zeer spannende tijd:
- het Romeinse rijk werd steeds meer “christelijk” dankzij(?) de bekering van Keizer Constantijn de Grote en het Edict van Milaan in 313. De heidense religies lieten zich niet zonder slag of stoot afvoeren en to 394 leeft het Romeinse rijk in een stevige religieuze crisis.
- Het Romeinse rijk liep op haar laatste benen. Steeds meer barbaarse stammen vielen vanuit het noord-oosten het rijk binnen, ooit goed functionerende Romeinse systemen begonnen te vervallen, moraal zakte naar een dieptepunt, Rome begon honger te lijden door slechte aanvoer van graan en de mensen werden fatalistisch. De heidenen gaven de christenen de schuld en andersom.
- Vlak voor de Constantijnse wende was er de keizer Diocletianus. Onder hem waren de zware christenvervolgingen. In deze tijd die vroeg om radicaal christelijk geloof ontstond het Donatisme (in navolging van Donatus Magnus die in 313 Bisschop van Carthago werd). Ze waren voor een scheiding tussen de ware en valse kerk, scheiding tussen staat en kerk en voor een zeer heilig leven (zo waren er volgens hen zeven doods-zonden) en heilige kerk. Augustinus probeert de kerk bij elkaar te houden en zegt dat er in zowel kerk als wereld goede en slechte mensen bestaan. De kerk moest niet uit de wereld ontsnappen, maar er zijn voor de wereld in al haar gebreke.
- Ook zag Augustinus een rol voor de overheid hoewel deze onder het goddelijke gezag van de kerk valt. In zijn “De Civitate Dei” noemt hij twee “steden”: de menselijke stad zal uiteindelijk vallen, maar de “goddelijke stad”, het koninkrijk van Christus zal uiteindelijk zegevieren en is dus eeuwig. Toch is de menselijk stad niet demonisch en moet streven naar gerechtigheid en vrede, maar is niet een blijvende stad. De menselijke stad is dan ook ondergeschikt en dienstbaar aan de Goddelijke stad. In de middeleeuwen wordt dit de verhouding tussen staat en kerk: de staat mag/moet de kerk dienen (lees: heidense volken omver lopen, landen innemen, koloniën stichten).
- Augustinus voert ook strijd tegen de Britse monnik Pelagius. Deze laatste ziet Christus niet als de verlosser van zondaren maar als het ideale voorbeeld welke navolging kan krijgen: de mens is dus vanuit zichzelf tot goedheid in staat. Augustinus gaat zich beroepen op de geschriften van Paulus (welke nauwelijks werden gelezen tot die tijd…) en neemt de historische vraagstukken uit bijvoorbeeld Romeinen en Galaten als tijdloze waarheden: de “mens” in een zondaar en tot niets goeds in staat en kan alleen door Christus worden gered. Augustinus drukt zijn bevindingen vooral uit in antroplogische termen: de “ziel” van de mens moet door Christus worden gered voor de eeuwigheid in de hemel. Augustinus Confessiones is dan de eerste echte auto-biografie. Het gaat voor het eerst om het individu en zijn zieleheil.
- De kerk krijgt van Augustinus de bemiddelende rol in de redding van de mensheid: er kon maar 1 kerk zijn en niet een ware en een valse. Buiten de ene kerk was er geen redding. Later ziet men de uitbreiding van Roomse landen dus automatisch als de uitbreiding van de kerk. Missie werd uiteindelijk een politiek spelletje.
- Resultaat: “Christendom” waarbij God het gezag gaf aan de ene katholieke kerk, waarbij het individuele keil ontvangen werd en die in complementaire verhouding stond tot de staat.
De Monastieke Traditie.
Met het opkomen van het “christendom” ontstaat er een nieuwe beweging die enorme invloed zal hebben op het christelijk geloof, de missie en uiteindelijk zelfs het voortbestaan het christelijke geloof in de wereld. Veel mensen zien de constantijnse wende als te makkelijk, te aards. Ze willen vreemdeling zijn, voorbijganger, pelgrim op weg naar een hemelse woning. Dit lijkt een slingerbeweging met aan de ene flank het politieke en materiele en aan de andere flank het wereldmijdende, radicale.
- De monatieke traditie is niet los te zien is van neo-platonistische, gnostische en dus dualistische visie op de werkelijkheid. Veel monniken doen aan ascese, eenzame opsluiting om hun “ziel te zuiveren”. De wereldmijding, kastijding van het lichaam en het ontzeggen van aards genoegen hebben iets boeddhistisch en daarmee on-joods.
- Aan de ander kant zijn klooster een soort “subversieve” of alternatieve samenleving in het klein. Monniken zijn op een bepaalde manier juist zeer present in de wereld door hun radicale navolging.
- Klooster werden centra van beschaving in een barbaarse tijd. Het waren de Monniken die keihard konden werken, hospitalen, scholen en bibliotheken stichten, landen cultiveerden, mensen bekeerden, zieken hielpen zeer reislustig waren. Het waren vooral de monniken die missionair waren.
De volgende monastieke stromingen zijn zeer belangrijk:
- De Egyptische monnik Pachomius wordt gezien als de eerste cenobische monnik (samenlevende monniken in een klooster). Daarvoor waren er allerlei heremitische monniken die zich terugtrokken in een cel of in de woestijn.
- Augustinus vormt een monastieke orde rond thema’s als liefde, eenheid en opofferingsgezindheid. Zijn regel is tot de dag van vandaag populair.
- Benedictus is echter de ware monastieke kampioen. Zijn regel in onovertroffen vanweg de balans van werken, geloven, aanbidden en samenleven.
- In Azie zijn de Nestorianen zeer actief in het stichten van klooster, van Syrie tot en met China, van de 5e tot ver in de 14e eeuw.
- De Ierse monniken (Saint Patrick, Saint Aidin en vooral Saint Colombanus) verspreiden het Ierse monastieke geloof opnieuw over Europa. Vanuit eilanden als Iona en Lindisfarne kerstenen ze achtereenvolgens Schotland, Engeland, Normandie en vervolgens trekken ze door naar Frankrijk, Belgie, Italie, Spanje, Duitsland tot zelfs voorbij Kiev. Uiteindelijk onderwerpen de Ierse monniken zich aan het Roomse gezag door zich de Benedictijnse regel eigen te maken.
- De Angel-saksische benedictijnen voeren een meer systematische missie uit in de Nederlanden, Belgie, Duitsland en Oost Europa. Ze zien het stichten van kloosters als de missie voor de uitbreiding van de kerk. Zij zijn verantwoordelijk voor de kerstening van Nederland onder leiding van de Angel-saksische monniken Willibrord (658-739) en vooral Bonifatius (672-754). Deze laatste wordt gezien als de architect van het westerse christendom.
- Tussen de 10e en 14e eeuw vinden er allerlei hervormingen plaats binnen de monatieke traditie. Veelal ging het om meer heiliging, zoals de beweging van de Cisterciënzers olv. Bernard van Clairvaix in Cluny. Later komen daar de leken- of bedelordes bij van Franciscus van Assisi en Dominicus Guzman, de Franciscaner en Dominicaner ordes die zich toeleggen op respectievelijk de zorg voor de armen en de prediking tegen dwaalleer.
De Reformatie met haar nadruk op het “ambt aller gelovigen” blaast in haar hervormings-ijver de monastieke traditie uit noord-europa. Maar vooral de Franse revolutie maakt een einde aan vele duizenden klooster in Europa. Pas de laatste eeuw is de monastieke traditie in trek onder protestanten. Dit is vooral te danken aan nieuwe erkenning voor oude benidictijnse tradities en nieuwe uitingen vanuit bijvoorbeeld Iona en Taize.
Missie en kolonisatie.
De verhouding tussen de kerk en staat geeft de grote katholieke kolonisators Portugal en Spanje een vrijbrief om deze nieuwe gebieden te “kerstenen”. Het is in sommige gevallen zelfs beter de inboorlingen met geweld te dwingen tot bekering dan hen over te laten voor het eeuwig oordeel en de hel. Grote gebieden in midden en zuid Amerika komen onder het Portugese en Spaanse bewind en horen sindsdien tot de Rooms Katholieke kerk. Pas tijdens het tweede Vaticaanse Concilie (jaren 60 vorige eeuw) komt men (officieel) terug van dit soort inzichten.
Thomas van Aquino.
Waarbij Augustinus de grondlegger is van de Middeleeuwen kan met Thomas van Aquino (1225-1274) zien als het hoogtepunt. In zijn theologie (onder zware invloed van Aristoteles) maakt hij een enorm bouwwerk waarbij God, kerk, staat, mens en dier in een duidelijke hiërarchie staan. Dit is de kracht van de Middeleeuwen: duidelijke ordening van een stabiele maatschappij onder de hoede van de kerk. En daar waar de kerk (of de christelijke staat) komt, daar zegeviert de genade van Christus en is zijn rijk present. Dat is de missie in de Middeleeuwen.